\require{AMSmath}
WisFaq - de digitale vraagbaak voor wiskunde en wiskunde onderwijs


Printen

Rekenen met sinusoïden

We hebben een reuzenrad met een radius van 20mtr en het middelpunt 23 mtr boven de grond. Het rad draait met een snelheid van 60 sec in één minuut rond en er zijn 36 bakjes bevestigd aan het rad. Martinus zit in een bakje op het hoogste punt op t=0. Geef bij het bakje van Martinus een formule van h als functie van t. (h = hoogte) (t = tijd in sec)
In mijn antwoordenboek wordt de oplossing 23+20cos((1/30)pi·t)) gegeven. Voor mij wordt de oplossing gegeven voor het oplossen van een x-waarde terwijl het om een Y-waarde gaat. Ik zou 23+20sin((1\30)pi(0 + 15)) geven omdat deze formule voor de berekening v/d Y-waarde is. Voor mij is dit verwarrend. Graag een oplossing bvd

Mari S
Ouder - maandag 12 september 2005

Antwoord

Als je met je eigen functievoorschrift 23+20sin((1/30)pi(0 + 15)) bedoelt 23+20sin((1\30)pi(t + 15)) dan kan ik je zeggen dat dat ook een goed voorschrift is, net zo goed als het voorschrift uit het antwoordenboekje. Dat kun je controleren door beide grafieken te plotten.
Begripsmatig heeft jouw functievoorschrift zelfs de voorkeur. Je begrijpt het dus uitstekend.


maandag 12 september 2005

 Re: Rekenen met sinusoïden 

©2001-2024 WisFaq