De digitale vraagbaak voor het wiskundeonderwijs

home |  vandaag |  gisteren |  bijzonder |  gastenboek |  wie is wie? |  verhalen |  contact

HOME

samengevat
vragen bekijken
een vraag stellen
hulpjes
zoeken
FAQ
links
twitter
boeken
help

inloggen

colofon

  \require{AMSmath} Printen

Re: Examenvraag 84-85 (2)

 Dit is een reactie op vraag 89718 
Ja dat bedoelde ik. Ik schrijf het een beetje anders op mischien? Niet goed? De ene keer gaat dat goed. De andere keer niet zoals bij dit soort berekeningen. Waarom kan b dan niet 1 zijn vraag ik me af. Als je die 1 kiest klopt het inproduct toch ook? Of niet? Of zie ik iets over het hoofd?

mboudd
Leerling mbo - dinsdag 28 april 2020

Antwoord

Als je de inproducten uitschrijft krijg je:

$a+0b+0c=0$ en $0a+b+0c=0$
$a=0$ en $b=0$

Beide vergelijkingen moeten kloppen dus is er maar één conclusie mogelijk:

$a=0$ en $b=0$

Bij de eerste vergelijking zou $b$ ook wel 42 kunnen zijn, maar dan klopt de tweede vergelijking niet en daar staat dat $b=0$. Hetzelfde geldt voor $a$. In de tweede vergelijking kan $a$ en $c$ van alles zijn, maar uit de eerste vergelijking wist je al dat $a=0$.

Voor $c$ geldt dan dat je voor $c$ alles kan nemen. Maar dan nemen we maar 1 dan...

Wie is wie?
Vragen naar aanleiding van dit antwoord? Klik rechts..!
dinsdag 28 april 2020



home |  vandaag |  bijzonder |  gastenboek |  statistieken |  wie is wie? |  verhalen |  colofon

©2001-2024 WisFaq - versie 3