De digitale vraagbaak voor het wiskundeonderwijs

home |  vandaag |  gisteren |  bijzonder |  gastenboek |  wie is wie? |  verhalen |  contact

HOME

samengevat
vragen bekijken
een vraag stellen
hulpjes
zoeken
FAQ
links
twitter
boeken
help

inloggen

colofon

  \require{AMSmath} Printen

Wortelfuncties

Gegeven:

f(x)=√(3x+2)
g(x)=√(9-x)

a) de verticale rechte x=p snijdt de grafiek f in het punt F en de grafiek g in het punt G. Bepaal p zodat de afstand van F tot G gelijk aan 1 is.

b) De horizontale rechte y=q snijdt de grafiek f in het punt M en de grafiek g in het punt N. Bepaal q zodat de afstand van M tot N gelijk aan 1 is.

anja
3de graad ASO - dinsdag 4 december 2018

Antwoord

Hallo Anja,

a) Maak een schets, kies een punt x=p op de x-as en geef de punten F en G aan op de krommen. Dan is:

f(p)=√(3p+2)
g(p)=√(9-p)

De afstand tussen F en G moet 1 zijn. Dus:

f(p)-g(p)=1 of g(p)-f(p)=1.

Los deze vergelijkingen op om p te vinden.

b) In dezelfde schets (of een nieuwe): kies een punt x=p en een punt x=p+1 op de x-as. Doe dit zodanig dat f(p) en g(p+1) op dezelfde hoogte liggen. Geef de punten f(p) en g(p+1) op de kormmen duidelijk aan, dit zijn de punten M en N. De afstand tussen deze punten is 1 (begrijp je waarom?).

M en N liggen op dezelfde hoogte, dus moet gelden:

f(p)=g(p+1)

Los deze vergelijking op om p te vinden, je vindt daarmee ook de bijbehorende y-waarde van de punten M en N.

f(p+1)=g(p) levert ook een oplossing (begrijp je waarom?).

Geef volgende keer ook aan wat je zelf al hebt geprobeerd of waar het probleem ligt, zie de spelregels.

Wie is wie?
Vragen naar aanleiding van dit antwoord? Klik rechts..!
dinsdag 4 december 2018



home |  vandaag |  bijzonder |  gastenboek |  statistieken |  wie is wie? |  verhalen |  colofon

©2001-2024 WisFaq - versie 3