\require{AMSmath}
WisFaq - de digitale vraagbaak voor wiskunde en wiskunde onderwijs


Printen

Kansrekenen

IK zie nooit zelf het verschil tussen met terugleggen of aonder terugleggen. DAardoor gebruik ik soms de verkeerde methode..Kunt u me het dan uitleggen, wat het verschil nou is, als het niet erbij staat.

Alla
Leerling bovenbouw havo-vwo - dinsdag 28 juni 2005

Antwoord

Hallo,

Misschien een eenvoudig voorbeeld om het verschil te illustreren.

We hebben een vaas met 5 ballen: 3 blauw en 2 rood.

Geval 1: We trekken 2 ballen met teruglegging. Gevraagd: kans op 2 blauwe.
De kans op een blauwe is de eerste keer 3/5. Deze kans blijft echter constant want we leggen de getrokken bal terug, de kans om dan weer een blauwe te trekken is ook 3/5.

Totale kans op 2 blauwe ballen: 3/5 * 3/5 = 9/25

Geval 1: We trekken 2 ballen zonder teruglegging. Gevraagd: kans op 2 blauwe.
De kans op een blauwe is de eerste keer 3/5. We leggen deze bal dit keer niet terug. Er zitten nu nog 4 ballen in, 2 van elke kleur. De kans op een tweede blauwe is nu dus 2/4 = 1/2.

Totale kans op 2 blauwe ballen: 3/5 * 2/4 = 3/10

mvg,
Tom


dinsdag 28 juni 2005

©2004-2019 WisFaq