\require{AMSmath}
WisFaq - de digitale vraagbaak voor wiskunde en wiskunde onderwijs


Printen

Overlevingskansen berekenen

hallo ik moet een opdracht voor school doen maar ik snap de opdracht niet zo goed. ik kom er niet helemaal uit.

ik heb een tabel gekregen en daarbij heb ik 2 antwoorden gekregen. ik moet m.b.v. de tabel moet ik op die antwoorden uit komen en daarnaast moet ik zelf ook nog 2 andere manieren bedenken om de overlevingskansen te berekenen.

de tabel:

jr sinds start v. onderzoek :

[0,1 $>$ eerste jaar
[1,2 $>$ tweede jaar
[2,3 $>$ derde jaar
[3,4 $>$ vierde jaar
[4,5 $>$ vijfde jaar
[5,6 $>$ zesde jaar
[6,7 $>$ zevende jaar
[7,8 $>$ achtste jaar
[8,9 $>$ negende jaar
[9,10 $>$ tiende jaar

aant. levende verslaafden in het onderzoek ( aan begin v/h jaar )

eerste jaar = 138
tweede jaar = 115
derde jaar = 94
vierde jaar = 74
vijfde jaar = 57
zesde jaar = 39
zevende jaar = 21
achtste jaar = 13
negende jaar = 5
tiende jaar = 2

aant. overleden verslaafden ( gedurende het jaar )

eerste jaar = 9
tweede jaar = 11
derde jaar = 15
vierde jaar = 10
vijfde jaar = 9
zesde jaar = 7
zevende jaar = 3
achtste jaar = 1
negende jaar = 2
tiende jaar = 1

aant. verslaafden dat uit het onderzoek is verdwenen (gedurende het jaar )

eerste jaar = 14
tweede jaar = 10
derde jaar = 5
vierde jaar = 7
vijfde jaar = 9
zesde jaar = 11
zevende jaar = 5
achtste jaar = 7
negende jaar = 1
tiende jaar = 1

∑ dit is de tabel en die moet dan natuurlijk achter elkar worden gezet.

en dan heb ik 2 vraagstukken gekregendie je m.b.v van de tabel moet oplossen

1) veel specialsisten redeneren als volgt:
tel de mensen die uit het onderzoek verdwijnen (om een andere reden dan overlijden) tt en met het jaar dat je bestudeert niet mee in het onderzoek. bekijk dan welk percentage van de overblijvende groep overleeft tot en met dat jaar. de overlevingskans na 5 jaar is dan in dit geval 42%.

2)er is ook een andere methode die zegt:
de verdwenen groep personen uit het onderzoek mag je niet meetellen in het onderzoek. die laat je dus helemaal weg. van de overgebleven groep bepaal je het percentagen dat binnen 5 jaar is overleden. de complementaire kans is dan de overlevingskans na 5 jaar en is dus in dit geval 21%.

∑ de antwoorden op deze vraagstukken hebben we al gevonden.

1) 138-45=93
(39:93)x 100 = 41.94 = 42%
2) 138-70=68
1-(54:68)= 20.59 = 21%

en naast dit moet ik nog 2 methodes verzinnen om de overlevingskans te berekenen. maar daar kom ik niet uit, dus nu is mijn vraag aan jullie of jullie mij misschien aan het antwoord zouden kunnen helpen of in ieder geval in de goede richting kunnen brengen.

bij voorbaat hartelijk dank

joŽl s
Leerling bovenbouw havo-vwo - zondag 21 december 2003

Antwoord

Beste JoŽl
Je spreekt over ik. Deze opdracht (ontleend aan wiskunde-alympiade) is een echte groepsopdracht, bedoeld om samen over te praten.
Een kleine tip: Vast staat dat er na 5 jaar van de 138 tenminste 39 mensen in leven zijn, en tenminsten 54 overtleden, dus hoogstens 84 (138-54) in leven.
Hieruit zou je een 'minimale' en 'maximale' overlevingskans kunnen halen.
Uiteraard zijn er nog veel meer mogelijkheden

gk
zondag 21 december 2003

 Re: Overlevingskansen berekenen  

©2004-2019 WisFaq