\require{AMSmath}

Oplossen vraagstukken met ongelijkheden

Ik weet bij 2 volgende vraastukken niet eens hoe ik moet beginnen. Mijn onbekenden zijn al meerdere dus hoe doe ik dat?Hier zijn de 2 vraagstukken:

Zoek de drie kleinste opeenvolgende natuurlijke getallen zodat de som van driemaal het kleinste en viermaal het grootste meer is dan zesmaal het middelste vermeerderd met 18. Los op met een ongelijkheid.

De broers Jan, Tom, Joris en Tibo zijn samen meer dan 50 jaar. Jan is twee jaar ouder dan Tom. Joris is dan weer half zo oud als Jan en een jaar ouder dan Tibo. Hoe oud zijn ze minimaal? Los op met een ongelijkheid.

Alvast bedankt om me op weg te helpen.

Kimber
2de graad ASO - vrijdag 13 augustus 2021

Antwoord

Graag meerdere vragen apart stellen.

Er is telkens maar een onbekende als je het volgende doet:

De eerste vraag:
Start met de getallen k, k+1, k+2

De tweede vraag:
Begin voor het gemak met de jongste.
Noem leeftijd van Tibo even x. Dan Joris is x+1, Jan is 2x+2 en Tom is 2x

Met vriendelijke groet
JaDeX

jadex
vrijdag 13 augustus 2021

 Re: Oplossen vraagstukken met ongelijkheden 
 Re: Oplossen vraagstukken met ongelijkheden 

©2001-2022 WisFaq