Algebra

Analyse

Bewijzen

De grafische rekenmachine

Discrete wiskunde

Fundamenten

Meetkunde

Oppervlakte en inhoud

Rekenen

Schoolwiskunde

Statistiek en kansrekenen

Telproblemen

Toegepaste wiskunde

Van alles en nog wat


\require{AMSmath}

 Dit is een reactie op vraag 43764 

Re: Re: Vectorvoorstelling

Het inproduct moet 0 zijn.
a·2 + b·3 + c·2 = 0
a·0 + b·0 + c·1 = 0

Uit het tweede volgt c=0. Dit invullen in de eerste:
a·2 + b·3 = 0
Neem bijv. a=-3 dan is b=2.
S: (-3,2,0)

De gevraagde lijn wordt dan
(x1,x2,x3)= (0,6,12) + l (-3,2,0)

Of ben ik nu helemaal verkeerd bezig??

Bedankt voor alle hulp tot nu toe in ieder geval!!

Groeten Tjen

Tjen
Student hbo - maandag 20 februari 2006

Antwoord

Beste Tjen,

Dat ziet er goed uit

Andere mogelijkheid was dus het vectorieel product ('uitwendig product'), dan vind je: (2,3,2)x(0,0,1)=(3,-2,0).

Dit is natuurlijk hetzelfde als wat jij vond omdat het er evenredig mee is (schaal -1).

mvg,
Tom

td
maandag 20 februari 2006

©2001-2024 WisFaq