Algebra

Analyse

Bewijzen

De grafische rekenmachine

Discrete wiskunde

Fundamenten

Meetkunde

Oppervlakte en inhoud

Rekenen

Schoolwiskunde

Statistiek en kansrekenen

Telproblemen

Toegepaste wiskunde

Van alles en nog wat


\require{AMSmath}

Stelling van pythagoras

als je een driehoek hebt, met 1 hoek van 90 graden, de 2 rechte zijden zijn beide 10 cm, dan zou dus de schuine zijde ook 10 cm moeten zijn, maar dit klopt niet. Hoe kan het dat het bij deze hoek niet klopt? Wat is dan het goede antwoord?

RD
Leerling bovenbouw havo-vwo - vrijdag 22 april 2005

Antwoord

Beste RD,

Als a de schuine zijde is in een rechthoekige driehoek, en b & c zijn de rechthoekszijden dan stelt pytagoras dat a2 = b2 + c2

In jouw geval dus: a2 = 102 + 102 = a = Ö(2·102) = Ö(200) = 10Ö2 14,14.

mvg,
Tom

td
vrijdag 22 april 2005

©2001-2024 WisFaq