Algebra

Analyse

Bewijzen

De grafische rekenmachine

Discrete wiskunde

Fundamenten

Meetkunde

Oppervlakte en inhoud

Rekenen

Schoolwiskunde

Statistiek en kansrekenen

Telproblemen

Toegepaste wiskunde

Van alles en nog wat


\require{AMSmath}

Som- en verschilformules

Geachte,

Ik zit wat in de knoop met de volgende opgave:

Bewijs:
Als: $\alpha$ + $\beta$ + $\gamma$ = $\pi$
Dan: tan$\alpha$ + tan$\beta$ + tan$\gamma$ = tan$\alpha$ x tan$\beta$ x tan$\gamma$

Deze laatste gelijkheid moet ik bewijzen, vertrekkende van het linkerlid (of het RL) naar het RL (of het LL).
Dit dus enkel door a.d.h.v. de som- en verschilformules (en ook de hoofdformules uiteraard) één lid telkens te gaan vervangen tot dat je bij het andere lid uitkomt.
Met geen enkele van dit soort oefeningen ondervind ik moeilijkheden, behalve dan deze bovenstaande.
Ik hoop dat U hier raad mee weet en mij kan helpen.

Alvast dank bij voorbaat,
Jan

Jan Vl
3de graad ASO - woensdag 12 november 2003

Antwoord

tan(a)+tan(b)+tan(c)
=tan(a)+tan(b)+tan($\pi$-a-b)
=tan(a)+tan(b)-tan(a+b)
=tan(a)+tan(b)-(tan(a)+tan(b))/(1-tan(a)tan(b))
=(tan(a)+tan(b)-tan2(a)tan(b)-tan(a)tan2(b)-tan(a)-tan(b))/(1-tan(a)tan(b))
=-tan(a)tan(b)(tan(a)+tan(b))/(1-tan(a)tan(b))
=-tan(a)tan(b)tan(a+b)
=tan(a)tan(b)tan($\pi$-a-b)
=tan(a)tan(b)tan(c)

ook al kan je mij geen enkele reden geven waarom het rechterlid niet zou mogen gebruikt worden in de berekeningen.

cl
woensdag 12 november 2003

©2001-2024 WisFaq