De digitale vraagbaak voor het wiskundeonderwijs

home |  vandaag |  gisteren |  bijzonder |  prikbord |  gastenboek |  wie is wie? |  contact

HOME

samengevat
vragen bekijken
een vraag stellen
hulpjes
zoeken
FAQ's
links
twitter
boeken
help

inloggen

colofon

  \require{AMSmath} Printen

Vergelijkingen oplossen

Ik moet de volgende vergelijking oplossen:

3x-17y+z= -28
2x+z = 5
-5x-13y = -31

Ik snap dus niet wat ik met deze dingen moet, soms moet je (kan je) ze van elkaar aftrekken om zo x,y en z te vinden andere keren moet je ze weer vermenigvuldigen. Heeft iemand hier nog een truukje voor hoe ik kan zien wat ik moet doen? Bij voorbaat dank!

Caroly
Student universiteit - woensdag 2 januari 2013

Antwoord

Wij noemen dit een stelsel van vergelijkingen. Zo'n stelsel van 3 vergelijkingen met 3 onbekende kan je (meestal) oplossen. De 'truuk' is dat je dat zo doet dat er variabelen wegvallen. Dat kan voor 'aftrekken' en 'substitutie'.

3x-17y+z=-28
2x+z=5
-5x-13y=-31

Wat valt er op? In de 1e en de 2e vergelijking staat een 'z'. Als je de 2e vergelijking aftrekt van de eerste valt die 'z' weg. Je hebt dan (samen met de 3e vergelijking) een stelsel van 2 vergelijkingen met 2 onbekenden. Dat is dan alvast eenvoudiger.

3x-17y+z=-28
2x+z=5
-5x-13y=-31

(1)-(2) geeft:

x-17y=-33
2x+z=5
-5x-13y=-31

Vermenigvuldig de 1e vergelijking met 5.

5x-85y=-165
2x+z=5
-5x-13y=-31

(1)+(3) geeft:

-98y=-196
2x+z=5
-5x-13y=-31

Uit (1) volgt dan y=2. De rest kan je dan vinden door 'y' in te vullen.

In dit geval zou je ook nog anders te werk kunnen gaan. Je kunt met (2) de variabele 'z' uitdrukken in 'x'. Met (3) kan je 'y' uitdrukken in 'x'. Als je die twee uitdrukkingen van invult in (1) heb je een vergelijking met alleen 'x'. Soms kan dat handig zijn.

Hopelijk heb je er iets aan...

Wie is wie?
Vragen naar aanleiding van dit antwoord? Klik rechts..!
woensdag 2 januari 2013


klein |  normaal |  groot

home |  vandaag |  bijzonder |  twitter |  gastenboek |  wie is wie? |  colofon

©2001-2019 WisFaq - versie IIb