De digitale vraagbaak voor het wiskundeonderwijs

home |  vandaag |  gisteren |  bijzonder |  prikbord |  gastenboek |  wie is wie? |  contact

HOME

samengevat
vragen bekijken
een vraag stellen
hulpjes
zoeken
FAQ's
links
twitter
boeken
help

inloggen

colofon

  \require{AMSmath} Printen

Re: Vectorvoorstelling

 Dit is een reactie op vraag 67874 
In alle drie de gevallen komt er (1/3)(p+q+r) uit, alleen nog even de vraag waarom moet je t of mof l etnz hier 2/3 kiezen ? heeft dat te maken dat de plaatsvectoren vanuit p,q en r elkaar opheffen in het zwaartepunt??

bouddo
Leerling mbo - woensdag 20 juni 2012

Antwoord

Die waarde 2/3 zit 'm in die verhouding 2 : 1 waarin het zwaartepunt de zwaartelijn verdeelt.
Je hebt gezien dat t = 0 het punt R opleverde en t = 1 het punt M.
En omdat RZ het 2/3 deel van RM is, nam ik t = 2/3.

Maar een vectorvoorstelling kan vele gedaanten aannemen!
Als je de zwaartelijn MR had vastgelegd door v = m + t(r - m), dan levert t = 0 punt M op en t = 1 juist punt R. In dat geval moet je t = 1/3 nemen om in het zwaartepunt te komen.

MBL
Vragen naar aanleiding van dit antwoord? Klik rechts..!
woensdag 20 juni 2012



klein |  normaal |  groot

home |  vandaag |  bijzonder |  twitter |  gastenboek |  wie is wie? |  colofon

©2001-2020 WisFaq - versie IIb