De digitale vraagbaak voor het wiskundeonderwijs

home |  vandaag |  gisteren |  bijzonder |  gastenboek |  wie is wie? |  verhalen |  contact

HOME

samengevat
vragen bekijken
een vraag stellen
hulpjes
zoeken
FAQ
links
twitter
boeken
help

inloggen

colofon

  \require{AMSmath} Printen

Re: Derdegraadsvergelijking

 Dit is een reactie op vraag 67497 
Okť, ik ben al voor een stuk mee.
Ik heb de z overal vervangen door a.i en bij het reŽle deel kom ik idd a=3 of a=-1 uit. Maar voor het imaginair deel weet ik niet goed hoe ik aan die 3 moet komen... Dat wordt dan a3i3-3a2i+7ai+33i=0 als ik me niet vergis, maar die a vind ik dus niet...
Nu, als ik dan iets van de tweede graad krijg, ken ik idd de methode om de wortels te vinden :)

ivan d
3de graad ASO - woensdag 2 mei 2012

Antwoord

Ivan,
Je weet dat alleen a=3 en a=-1 in aanmerking komen. a=3 geeft voor het Im-deel:-27i-27i+21i+33i=0, terwijl voor a=-1 het Im-deel ongelijk nul is. Dus alleen z=3i is een wortel van de vergelijking.

kn
Vragen naar aanleiding van dit antwoord? Klik rechts..!
donderdag 3 mei 2012



home |  vandaag |  bijzonder |  gastenboek |  statistieken |  wie is wie? |  verhalen |  colofon

©2001-2024 WisFaq - versie 3