De digitale vraagbaak voor het wiskundeonderwijs

home |  vandaag |  gisteren |  bijzonder |  prikbord |  gastenboek |  wie is wie? |  contact

HOME

samengevat
vragen bekijken
een vraag stellen
hulpjes
zoeken
FAQ's
links
twitter
boeken
help

inloggen

colofon

  \require{AMSmath} Printen

Eerste graads vergelijking oplossen

Hoe los (de methode)ik een vergelijking zoals:
2(x-2)-3(x-3)=5(x-5) op

Jan
Leerling mbo - zaterdag 4 januari 2003

Antwoord

Eerst alle haakjes wegwerken, en daarbij goed letten op de plus- en mintekens.
2x - 4 - 3x + 9 = 5x - 25

Nu links alvast wat termen samennemen (kan natuurlijk niet altijd, maar als het kán, dan ook doen!)

-1x + 5 = 5x - 25

Nu alle termen met x bij elkaar brengen, evenals alle losse getallen:

-1x - 5x = -25 - 5 (dit wordt in de wandelgangen het naar links en rechts verplaatsen genoemd)

Nu weer samennemen wat samengenomen kan worden:

-6x = -30

Laatste stap: aan beide zijden delen door -6

1x = 5 (ofwel x = 5)

MBL
Vragen naar aanleiding van dit antwoord? Klik rechts..!
zaterdag 4 januari 2003



klein |  normaal |  groot

home |  vandaag |  bijzonder |  twitter |  gastenboek |  wie is wie? |  colofon

©2001-2020 WisFaq - versie IIb