De digitale vraagbaak voor het wiskundeonderwijs

home |  vandaag |  gisteren |  bijzonder |  prikbord |  gastenboek |  wie is wie? |  contact

HOME

samengevat
vragen bekijken
een vraag stellen
hulpjes
zoeken
FAQ's
links
twitter
boeken
help

inloggen

colofon

  \require{AMSmath} Printen

In het oudercomitÚ zitten er elf personen

Ik zit met een vraag.
In het oudercomitÚ zitten er elf personen, waarvan drie mannen, die enkel een dochter of een zoon hebben in de eerste graad en tien personen, waarvan vier mannen, met enkel een zoon of dochter in de tweede of derde graad.
Men wil nu een groep vormen dat bestaat uit acht personen, dat evenveel mannen als vrouwen telt Ún waarbij er evenveel personen zijn met een kind in de eerste graad als in de tweede of derde graad.

Ik heb al combinaties gemaakt van het aantal mannen en vrouwen en van het aantal kinderen in de eerste en tweede en derde graad maar ik kom er niet uit

kan iemand mij helpen

mvg SP

SP
3de graad ASO - zondag 8 maart 2009

Antwoord

Dag Sander,
Ik begrijp je probleem niet helemaal, of ik heb de vraagstelling niet juist begrepen.
Ik begrijp dat er in totaal 21 mensen in het oudercomitÚ zitten.
A)11 daarvan (3 mannen en dus 8 vrouwen)hebben kinderen in de eerste graad en B)10 daarvan (4 mannen en dus 6 vrouwen) hebben kinderen in de 2e of 3e graad.
Als dat klopt kies je toch bijvoorbeeld 3 mannen uit groep A en 1 man uit groep B, aangevuld met 1 vrouw uit grope A en 3 uit groep B.
Laat maar weten als ik de tekst anders moet lezen.
Groet,
Lieke.

ldr
Vragen naar aanleiding van dit antwoord? Klik rechts..!
zondag 8 maart 2009
 Re: Kansrekenen 



klein |  normaal |  groot

home |  vandaag |  bijzonder |  twitter |  gastenboek |  wie is wie? |  colofon

©2001-2021 WisFaq - versie IIb