De digitale vraagbaak voor het wiskundeonderwijs

home |  vandaag |  gisteren |  bijzonder |  prikbord |  gastenboek |  wie is wie? |  contact

HOME

samengevat
vragen bekijken
een vraag stellen
hulpjes
zoeken
FAQ's
links
twitter
boeken
help

inloggen

colofon

  \require{AMSmath} Printen

Breuken, standaardvorm en complex toegevoegde

Toon aan dat:

(1+÷3 ił1-÷3 i)3 = 1

dries
3de graad ASO - zaterdag 19 januari 2008

Antwoord

Beste Dries,

Zet de breuk eerst om naar de standaardvorm van een complex getal door teller en noemer te vermenigvuldigen met de complex toegevoegde van de noemer.
Nu kan je kiezen om de derde macht gewoon uit te rekenen of je complex getal hiervoor eerst in goniometrische/exponentiŽle vorm te zetten.

Probeer je eens?

mvg,
Tom

Wie is wie?
Vragen naar aanleiding van dit antwoord? Klik rechts..!
zaterdag 19 januari 2008
 Re: Breuken, standaardvorm en complex toegevoegde 



klein |  normaal |  groot

home |  vandaag |  bijzonder |  twitter |  gastenboek |  wie is wie? |  colofon

©2001-2021 WisFaq - versie IIb