De digitale vraagbaak voor het wiskundeonderwijs

home |  vandaag |  gisteren |  bijzonder |  prikbord |  gastenboek |  wie is wie? |  contact

HOME

samengevat
vragen bekijken
een vraag stellen
hulpjes
zoeken
FAQ's
links
twitter
boeken
help

inloggen

colofon

  \require{AMSmath} Printen

Wiskunde werkstuk sinus, cosinus en tanges

Ik moet een wiskunde werkstuk maken over sinus, cosinus en tanges maar ik zou echt niet weten hoe ik moet beginnen en wat ik er allemaal in moet zetten zou je me een beetje op weg kunnen helpen?

edwin
Leerling bovenbouw vmbo - maandag 21 oktober 2002

Antwoord

Beste Edwin,

Dat is me nogal een vraag.
Je zou eens kunnen denken aan de volgende onderwerpen:

Wat zijn sinus, cosinus en tangens.
Je kan dan voorbeelden geven van dingen die je met sinus, cosinus en tangens uitrekent.

Misschien ken je het 'ezelsbruggetje' SOSCASTOA om te onthouden welke zijden je moet gebruiken bij sinus, cosinus en tangens.
Je kan dan in je werkstuk uitleggen hoe dit ezelsbruggetje werkt.

Je zou voorbeelden kunnen laten zien van situaties waarin je werkt met sinus, cosinus en tangens. (Denk hierbij aan een landmeter die wil weten hoe steil een berg is, een architect die wil weten hoe lang de rand van een schuin dak is, ...)

Misschien iets over de geschiedenis. Vroeger werd er gerekend met goniometrische tabellen. Dit waren boekjes met tabellen waar voor een heleboel hoeken in stond hoe groot de sinus, cosinus en tangens van die hoek was. Misschien heeft je wiskundeleraar nog wel zo'n boekje. Je kunt dan een voorbeeld van zo'n tabel in je werkstuk zetten en laten zien hoe ermeer werd gewerkt.

Of reken de volgende sommen eens uit:
(sin 10°)2+(cos 10°)2
(sin 20°)2+(cos 20°)2
(sin 30°)2+(cos 30°)2
(sin 40°)2+(cos 40°)2
Als het goed is, komt er steeds 1 uit.
Probeer uit te zoeken hoe dit komt. Je hebt er de stelling van Pythagoras voor nodig.

Of kijk eens naar de volgende eigenschap:
sin 10° = cos 80°
sin 20° = cos 70°
sin 30° = cos 60°
sin 40° = cos 50°
sin 50° = cos 40°
sin 60° = cos 30°
sin 70° = cos 20°
sin 80° = cos 10°
Zie je wat de regelmaat is?
Probeer uit te zoeken hoe dit komt.

Ik denk dat het verstandig is om met deze en je eigen ideeėn naar je leraar te gaan. Hij/zij kan je dan vertellen of dit is wat hij/zij bedoelt en hoeveel je ervan in je werkstuk moet stoppen.

Wie is wie?
Vragen naar aanleiding van dit antwoord? Klik rechts..!
maandag 21 oktober 2002


klein |  normaal |  groot

home |  vandaag |  bijzonder |  twitter |  gastenboek |  wie is wie? |  colofon

©2001-2019 WisFaq - versie IIb