De digitale vraagbaak voor het wiskundeonderwijs

home |  vandaag |  gisteren |  bijzonder |  prikbord |  gastenboek |  wie is wie? |  contact

HOME

samengevat
vragen bekijken
een vraag stellen
hulpjes
zoeken
FAQ's
links
twitter
boeken
help

inloggen

colofon

  \require{AMSmath} Printen

Re: Re: Goniometrie

 Dit is een reactie op vraag 30098 
Hallo, het antwoord wat ik van u heb gekregen komt niet overeen met het antwoord uit mijn antwoorden lijst in mijn boek.

Gegeven van driekoek ABC:
Hoek B is 90
Hoek A is 40
AC is 20

Gevraagd:
De overige hoeken en zijden van driehoek ABC

Antwoord in mijn boek: 50 dit had u wel goed, 12,9 en 15,3

Gegeven van driehoek ABC:
Hoek B is 90
AC= 4
BC= 3

Gevraagd:
De overige hoeken en zijden van driehoek ABC

Antwoord in mijn boek: 5 en 36,9 en 53.1

Misschien kunt u me helpen zodat ik het hele hoofdstuk begrijp. (weet niet hoe ze aan de uitkomsten zijn gekomen)

Alvast bedank,
Leroy.

leroy
Leerling onderbouw vmbo-havo-vwo - vrijdag 19 november 2004

Antwoord

Leroy,
De eerste driehoek:er geldtdat hoekA+hoekB+hoekC=180.
Hieruit bereken je hoekB.
Sin$\angle$A=sin 40=0verstaande zijde/schuine zijde=
BC/20,zodat BC=20sin40=12,9.
sin$\angle$B=AB/20,zodat AB=20sin$\angle$B=20sin50=15,3.
Of.AB2+BC2=AC2,zodat AB2=AC2-BC2=202-12,92=233,59
en AB=√233,59=15,3.

de tweede driehoek:de gegevens die je geeft kloppen niet.Als hoek B=90,is AC de schuine zijde en dus de grootste.Ik denk dat AB=4 en BC=3 moet zijn of net omgekeerd.Dan is AC2=42+32=25,zodatAC=5.
sin$\angle$A=3/5=0,6 zodat $\angle$A=sin-1 0,6=36,9.
Hopelijk is alles nu duidelijk.

kn
Vragen naar aanleiding van dit antwoord? Klik rechts..!
vrijdag 19 november 2004


klein |  normaal |  groot

home |  vandaag |  bijzonder |  twitter |  gastenboek |  wie is wie? |  colofon

©2001-2019 WisFaq - versie IIb