De digitale vraagbaak voor het wiskundeonderwijs

home |  vandaag |  gisteren |  bijzonder |  prikbord |  gastenboek |  wie is wie? |  contact

HOME

samengevat
vragen bekijken
een vraag stellen
hulpjes
zoeken
FAQ's
links
twitter
boeken
help

inloggen

colofon

  \require{AMSmath} Printen

Grafieken van sinus, cosinus en tangens

Hallo,
Het volgende begrijp ik niet helemaal:
Ik moet de functie 'f(x)= 1/2+2cos(1/4x)' schrijven in de vorm 'g(x) =d+a sin (b(x-c))'. Nu heb ik de grafiek van de functie f(x) getekend waaruit blijkt dat de periode gelijk is aan 8p, de amplitude gelijk is aan 2, c gelijk is aan 6p en de evenwichtsstand 1/2 is. Wanneer ik hieruit mijn conclusie trek, kom ik uit op g(x) = 1/2+2 sin ((2p):(8p)(x-6p)). Het antwoord moet echter zijn: g(x)=1/2+2sin (1/4(x+p:2)). Is dit zo omgerekend of maak ik een fout? Heeft dit er iets mee te maken dat de functie f(x) cosinus bevat en de functie g(x) sinus?
Alvast hartelijk bedankt

loesje
Leerling bovenbouw havo-vwo - woensdag 10 november 2004

Antwoord

Je conclusie is goed! Alleen ligt het functievoorschrift niet eenduidig vast. Om dat de periode van de functie gelijk is aan 8p kan je in plaats van:

g(x) = 1/2+2Ěsin(1/4(x-6p)) ook schrijven:

g(x) = 1/2+2Ěsin(1/4(x+2p))

En zoals je ziet is dat antwoord dat het zou moeten zijn niet goed.... dus als ik mag kiezen dan is jouw antwoord in ieder geval beter dan het gegeven antwoord. Ik zou het goed rekenen!

Zie ook H4: periodieke functies

Wie is wie?
Vragen naar aanleiding van dit antwoord? Klik rechts..!
woensdag 10 november 2004


klein |  normaal |  groot

home |  vandaag |  bijzonder |  twitter |  gastenboek |  wie is wie? |  colofon

©2001-2019 WisFaq - versie IIb