De digitale vraagbaak voor het wiskundeonderwijs

home |  vandaag |  gisteren |  bijzonder |  prikbord |  gastenboek |  wie is wie? |  contact

HOME

samengevat
vragen bekijken
een vraag stellen
hulpjes
zoeken
FAQ's
links
twitter
boeken
help

inloggen

colofon

  \require{AMSmath} Printen

Allemaal jongens en meisjes

In een klas zitten 13 jongens en 15 meisjes. Voor het organiseren van een activiteit tijdens de feestweek worden vier leerlingen uitgeloot. Bereken in twee decimalen nauwkeurig de kans dat er drie of vrier meisjes bij zijn.

Casper
Leerling bovenbouw havo-vwo - dinsdag 20 april 2004

Antwoord

Hallo Casper,

Dit kan met de hypergeometrische verdeling (hoofdstuk 1 van NG3!), je weet wel, net zoiets als bij De hypergeometrische verdeling.

Bedenk dat geldt:

P(3 of 4 meisjes) = P(3 meisjes) + P(4 meisjes)

Zou dat lukken?

Wie is wie?
Vragen naar aanleiding van dit antwoord? Klik rechts..!
dinsdag 20 april 2004
 Re: Allemaal jongens en meisjes 



klein |  normaal |  groot

home |  vandaag |  bijzonder |  twitter |  gastenboek |  wie is wie? |  colofon

©2001-2021 WisFaq - versie IIb