WisFaq!

\require{AMSmath} geprint op zondag 11 april 2021

Re: Re: Deling van veeltermen

Beste

U bent enorm bedankt voor deze uitleg.
Ik had inderdaad dat:

- f(4) = 5 (voor de eerste)
- f(4) = 4a+b (voor de tweede)
- b = 2a omdat -2a+b = 0

Maar u bepaald dan dat 5 = 4a+b, hoe maakt u deze vergelijking?

Met vriendelijke groeten,
Ruud

Ruud
21-2-2017

Antwoord

Kijk naar je eerste twee gelijkheden:
$$
f(4)=5\hbox{ en } f(4)=4a+b
$$dan valt je vast wel iets op.

kphart
21-2-2017


© 2001-2021 WisFaq
WisFaq - de digitale vraagbaak voor het wiskunde onderwijs - http://www.wisfaq.nl

#83904 - Formules - Iets anders