WisFaq!

\require{AMSmath} geprint op woensdag 19 juni 2024

Re: Factor voor een andere wortel

heel eerlijk gezegd niet helemaal..
want in de vraag staat nergens iets over dat je die 3 ineens moet delen met 5..

dus waar komt die x5 ineens vandaan?

hoe ik de vragen zie:
Breng een zo groot mogelijke factor voor het wortelteken.

a. √98
b. 3√150
c. 5√300
d. √108 - 2√27

snapt u een beetje wat ik bedoel?

mvg
anoniem.

anoniem
29-9-2015

Antwoord

Mijn antwoord gaat ook over een zo groot mogelijke factor voor de wortel brengen, dus we proberen in ieder geval hetzelfde doel te bereiken.

In mijn antwoord "deel ik geen 3 met 5".... Wat ik wel doe, is het volgende:
In de opgave staat: 3150, dit betekent uiteraard (in woorden): "drie keer de wortel uit 150". Eerst schrijf ik 150 als 56. Hiermee heb ik een zo groot mogelijke factor uit het getal 150 gehaald en deze voor de wortel geplaatst. Voor de wortel komt de factor 5.
Maar ik moest niet n keer 150 vereenvoudigen, maar drie keer 150. De vereenvoudigde vorm moet ik dus nog vermenigvuldigen met drie.
56 moet zodoende nog worden vermenigvuldigd met 3:
356 = 156

Ik reken nog een opgave voor:
98

Eerst maar eens kijken of ik 98 kan delen door 22, 32, 42 enz. Ik kan 98 niet delen door 4, 9, 25 of 36, maar wel door 49 (=72):
98=492

Dan is:
98 = (492) = 492 = 72

Het vermenigvuldigingspuntje mag je weglaten:
72 = 72

Opgave b heb ik al voorgerekend.

Opgave c:
300 is deelbaar door 102: 300=1003
300 = 1003 = 103
Vermenigvuldig dit nog met 5, omdat de opgave gaat over 5300 en niet 1100

Opgave d:
108 is deelbaar door 62, 27 is deelbaar door 32. Je houdt twee gelijksoortige wortels over, deze kan je van elkaar aftrekken.

GHvD
29-9-2015


© 2001-2024 WisFaq
WisFaq - de digitale vraagbaak voor het wiskunde onderwijs - http://www.wisfaq.nl

#76409 - Rekenen - Leerling onderbouw vmbo-havo-vwo