WisFaq!

\require{AMSmath} geprint op donderdag 13 augustus 2020

Breuken

Hoi,

Hoe los je de volgende breuk op? Ik heb van alles geprobeerd maar ik kom er niet uit:
(9-9a)z = 4-4a kun je schrijven als z=4-4a
-----
9-9a
z=4-4a(/9)    (4/9-4a/9)==/(1-a)
---- = ---------
(9-9a(/9) (1-a) ==/(1-a)
Op een internetsolver staat z= 4/9, maar ik heb geen flauw idee hoe je erop komt. Zou iemand mij hiermee kunnen helpen?
Alvast heel erg bedankt.

Manfred
15-10-2010

Antwoord

Bij breuken kan je teller en noemer delen door hetzelfde getal. Althans als dat getal dan ongelijk aan nul is. In dit geval krijg je zoiets als:

$
\LARGE \frac{{4 - 4a}}
{{9 - 9a}} = \frac{{4(1 - a)}}
{{9(1 - a)}} = \frac{4}
{9}
$

Eerst ontbinden in factoren (in dit geval 4 en 9 buiten haakjes halen). En dat teller en noemer delen door 1-a. Net zoals je dat bij breuken van bekende getallen zou doen als je breuken vereenvoudigt.

Helpt dat?

WvR
15-10-2010


© 2001-2020 WisFaq
WisFaq - de digitale vraagbaak voor het wiskunde onderwijs - http://www.wisfaq.nl

#63268 - Vergelijkingen - Leerling mbo