WisFaq!

geprint op donderdag 12 december 2019

Een trommel met 4 balletjes

In een trommel zitten 4 balletjes met de nummers: 5, 5, 7 en 8. Na het draaien van de trommel worden er 2 balletjes na elkaar zonder terugleggen getrokken. Met de cijfers op de balletjes wordt een getal gemaakt. Het nummer op het eerste balletje is het eerste cijfer van het getal, het nummer op het tweede balletje is het tweede cijfer.

A- maak een boomdiagram en zet de kansen bij de takken..
B- bereken de kans dat het getal oneven is.

Je maakt van deze trekking een spel. Een speler kan 1 euro inzetten op een mogelijke uitkomst. Is het getal even, dan krijgt de speler 2 euro. Is het getal oneven, dan verliest de speler zijn inzet van 1 euro.

C- geef de kansverdeling van dit spel.
D- bereken de verwachtingswaarde van de winst voor de exploitant van het spel.

De uitbetaling wordt zo gemaakt, dat de exploitant van het spel gemiddeld 5 eurocent per spel wint. De inzet blijft hetzelfde en je verliest nog steeds je inzet als er een oneven getal gevormd wordt.

E- bereken het bedrag dat nu uitbetaald moet worden als de uitkomst even is...

yy
5-12-2005


Antwoord

A- zelf doen
B- een kwestie van tellen (2+2+2+3=9), dus 9/12=3/4
C- even: 1/4 oneven 3/4
D- Bij even is de winst 1 euro bij oneven is de winst -1 euro.
E(W) = 1/41 + 3/4-1
E- E(W) = 1/4a + 3/4-1 = -0,05

Moet kunnen...

WvR
5-12-2005


© 2001-2019 WisFaq
WisFaq - de digitale vraagbaak voor het wiskunde onderwijs - http://www.wisfaq.nl

#42020 - Kansrekenen - Leerling bovenbouw havo-vwo