\require{AMSmath}

2. Substituteren

Bij 't oplossen van een stelsel van vergelijkingen met de de substitutiemethode druk je een variabele uit in een andere variabele. Je kunt dan die variabele vervangen door die uitdrukking. 'Substitueren' betekent 'vervangen'.

Voorbeeld

$\begin{array}{l} \left\{ \begin{array}{l} x + y = 2 \\ y = x^2 + 2 \\ \end{array} \right. \\ \left\{ \begin{array}{l} x + x^2 + 2 = 2 \\ y = x^2 + 2 \\ \end{array} \right. \\ \left\{ \begin{array}{l} x^2 + x = 0 \\ y = x^2 + 2 \\ \end{array} \right. \\ \left\{ \begin{array}{l} x(x + 1) = 0 \\ y = x^2 + 2 \\ \end{array} \right. \\ \left\{ \begin{array}{l} x = 0 \\ y = x^2 + 2 \\ \end{array} \right. \vee \left\{ \begin{array}{l} x = - 1 \\ y = x^2 + 2 \\ \end{array} \right. \\ \left\{ \begin{array}{l} x = 0 \\ y = 2 \\ \end{array} \right. \vee \left\{ \begin{array}{l} x = - 1 \\ y = 3 \\ \end{array} \right. \\ \end{array}$

p1917img1.gif

De oplossing: $(-1,3)$ en $(0,2)$

Vragen en antwoorden


©2004-2019 WisFaq