De digitale vraagbaak voor het wiskundeonderwijs

home |  vandaag |  gisteren |  bijzonder |  prikbord |  gastenboek |  wie is wie? |  contact

HOME

samengevat
vragen bekijken
een vraag stellen
hulpjes
zoeken
FAQ's
links
twitter
boeken
help

inloggen

colofon

  \require{AMSmath}

Anders

Procenten

Kees geeft per week 22 euro uit aan mobiel bellen. Peter 11 euro. Hoeveel procent geeft Kees meer uit aan mobiel bellen dan Peter.
  • Hoe kan je dit in een kruistabel zetten? Waarom moet het op die manier?

sara
5-7-2017

Antwoord

Printen
Dat zou een zeer smalle kruistabel zijn. Je kunt het antwoord op twee manieren geven: vanuit het standpunt van Kees en vanuit het standpunt van Peter.

Kees denkt: ik vind dat mijn bedrag 100% is, Peter betaalt de helft van wat ik betaal, dat is 50%; vanuit mijn standpunt zou ik zeggen dat ik 50% meer betaal.

Peter denkt: ik vind dat mijn bedrag 100% is, Kees betaalt het dubbele van wat ik betaal, 200% dus, dat is 100% meer dan ik betaal.

De meeste mensen zullen automatisch vanuit het kleinste bedrag rekenen omdat het over `meer dan Peter` gaat en dan is Peter's bedrag al snel het beginbedrag.

kphart
5-7-2017


Berekening met massaprocenten

Bij de zuivering van drinkwater gebruiken we n zandfilter. Schoon en droog zandfilter heeft n massa 1180 kg. We zuiveren 5000 kg water met 5 m% vaste stof. Na zuiveren heeft t zandfilter n massa van 1410 kg, waarvan 1 m% water. Wat is de m% vaste stof in t water na filtratie? Ik weet niet hoe ik dit moet berekenen wie kn mij helpen. alvast bedankt

trafas
9-7-2017

Antwoord

Printen
Je kunt het als een soort uitwisseling zien: je begint met twee bakken: een met $1180\,\mathrm{kg}$ stof (zand) en de ander met $5000\,\mathrm{kg}$ stof. De stof in de tweede bak is verdeeld in $250\,\mathrm{kg}$ vaste stof en $4750\,\mathrm{kg}$ water.
Na filtratie bevat de eerste bak $1410\,\mathrm{kg}$ stof waarvan $14.1\,\mathrm{kg}$ water, de rest, $1395.9\,\mathrm{kg}$ vast. Er is dus $215.9\,\mathrm{kg}$ vaste stof bijgekomen.
De tweede bak bevat dus nog $4770\,\mathrm{kg}$ stof en van de oorspronkelijk vaste stof is nog $34.1\,\mathrm{kg}$ over. Bekijk nu $34.1/4770$ eens.

kphart
9-7-2017


Probleem met wiskunde vraag

Vraag:

F(x)= 1/x
G(x)= 1/x2
Wanneer is de afstand tussen deze 2 functies gelijk aan 1/6 (een zesde)

Zou iemand mij kunnen helpen met deze vraag? Ik begrijp niet hoe je dit aan moet pakken en berekenen.

tess
9-10-2017

Antwoord

Printen
Hallo Tess,

De vraag is wat slordig geformuleerd, maar de bedoeling zal zijn dat je de waarde(n) van x bepaalt waarvoor het verschil tussen f(x) en g(x) gelijk is aan 1/6. Je moet dus oplossen:

f(x)-g(x)=1/6
of
g(x)-f(x)=1/6

(er staat immers niet bij of f(x) groter of kleiner is dan g(x)).
Het oplossen gaat als volgt:

f(x) - g(x) = 1/6
1/x - 1/x2 = 1/6

Voor aftrekken van breuken moet je eerst de noemers gelijk maken:

x/x2 - 1/x2 = 1/6
(x-1)/x2 = 1/6

Dan kruislings vermenigvuldigen:

6(x-1) = x2

Haakjes wegwerken, op nul herleiden, dan vind je een 'gewone' kwadratische vergelijking. Lukt het om deze op te lossen?

Hetzelfde doe je voor g(x)-f(x)=1/6.

GHvD
9-10-2017


Vergelijkingen oplossen

mijn dochter snapt niets van het hoofdstuk vergelijkingen oplossen.al erg vaak om uitleg gevraagt maar begrijpt het nog niet.
bv. 7a-2=8-3a
4b+2=2b+14

alvast bedankt

nikki
1-11-2017

Antwoord

Printen
De truc bij dit soort eenvoudige vergelijkingen is de volgende: breng een scheiding aan tussen de termen waarin de onbekende voorkomt en de vaste getallen.
Dit wordt gedaan door steeds links en rechts hetzelfde te doen.
Bij de eerste vergelijking tel je aan beide kanten 3a op waardoor je krijgt: 10a - 2 = 8
Daarna tel je aan beide kanten 2 op. Je krijgt 10a = 10
Ten slotte deel je aan beide kanten door 10 wat a = 1 oplevert.
De oplossing is daarmee gevonden en als a = 1 nu wordt ingevuld in de oorspronkelijke vergelijking, dan komt er te staan 7 - 2 = 8 - 3 en dat klopt vrij goed, lijkt me.

Bij de tweede vergelijking trek je aan beide kanten 2 af waarna je 4b = 2b + 12 krijgt
Trek je daarna aan beide kanten 2b er vanaf, dan krijg je 2b = 12 en een deling door 2 levert direct b = 6 op.
Invullen van b = 6 in de oorspronkelijke vergelijking geeft 24 + 2 = 12 + 14 en ook dat klopt.

Meer dan dit is het niet!

MBL
1-11-2017


Kogelbanen

ik ben normaal best wel goed in dit soort dingen, maar deze vraag begrijp ik niet helemaal. ik hoop dat u me hier mee kan helpen.

toon dit aan
10r
er geld: od = --
1 + r (plus kwadraat (die kon ik niet
toevoegen))

ik hoop dat u me kan helpen

lisa h
2-11-2017

Antwoord

Printen
Kun je het wat uitgebreider en duidelijker opschrijven? Ik zie nit eens wat er aangetoond moet worden. En wat doet die $10r$ daar?

kphart
2-11-2017


klein |  normaal |  groot

home |  vandaag |  bijzonder |  twitter |  gastenboek |  wie is wie? |  colofon

©2001-2017 WisFaq - versie IIb

eXTReMe Tracker