WisFaq - de digitale vraagbaak voor wiskunde en wiskunde onderwijs


Printen

Maten leren

hoe leer je iemand cm, dm, dl, cl, ml, etc.... niet zoals in het boek staat, bv. 1m = 100cm etc etc, didactic. bedankt

Nora Z
Leerling onderbouw vmbo-havo-vwo - zondag 9 september 2007

Antwoord

Beste nora,

Je vraag nogal wat! Ik begrijp wel wat je bedoeld. Gewoon uit je hoofd leren werkt niet. Je moet oefenen, kijken wat er wel/niet lukt en dan weer verdere uitleg krijgen. Maar dat laatste is het probleem. Je hebt daar een begeleider voor nodig. Je kunt dat niet zo maar even intypen.

Toch maar een paar tips.
1) Het is natuurlijk mogelijk een boek over het metriek stelstel te zoeken. Daar staat veel in. Dan kun je het hopelijk zelf leren. Als je in de bibliotheek niets goeds vind kun je wellicht de onderstaande link proberen. Dat lijkt me wel een goed boek.
2) Vind je het echt heel moeilijk dan heb je bijles nodig. Zoek daarvoor een docent in de omgeving.
3) Je kunt ook proberen het zelf te leren. Misschien kan een goede/geduldige vriend die het iets beter snapt je helpen. Maar, doe niet alles tegelijk. Doe het in een aantal stapjes.
Stap 1: Leer eerst afstanden omrekenen (km,hm,dam,m,dm,cm,mm). Dus b.v. 12 km = ... m. Leer tegelijkertijd ook met tientallen, honderttallen, etc. werken. Dat heeft namelijk heel veel met eenheden te maken. Dus b.v. 1 m = tien dm, 34 tientallen = 340, dus 34 m = 340 dm. Als je dit snapt ben je al een heel eind op weg. Wat mij betreft moet je het (zeker in het begin) op deze manier leren. Niet met schema's of schuiven met komma's. Dat komt later wel. En probeer je de afstanden voor te stellen. Welke dingen zijn 1 km van jouw huis? Welke dingen zijn 100 m van jou huis? Etc. Teken eens 30 cm op een vel papier? Teken ook 3 dm. Is dat hetzelfde? Kun je begrijpen waarom? Helpt dat om het bovenstaande te begrijpen?
Stap 2) Kijk nu naar andere eenvoudige eenheden. In ieder geval gewichten (kg,hg,dag,g,dg,cg,mg). Het omrekenen werkt hier op precies dezelfde manier. Dat is heel belangrijk. Anders denk je dat je het voor iedere eenheid opnieuw uit je hoofd moet leren. Als je (al) natuurkunde hebt krijg je nog veel meer eenheden (N(ewton), J(oule), W(att)). Het omrekenen van al deze eenheden gebeurt op dezelfde manier. Je kunt ook oefenen met volume (kL,hL,daL,L,dL,cL,mL) maar reken dit (nog) niet om maar dm3. Dat komt later pas.
Stap 3) Kijk nu naar oppervlakte (m2) en inhoud (m3). Dit zijn geen eenvoudige- maar samengestelde eenheden. Voor een oppervlakte heb je eigenlijk twee eenheden nodig: de lengte en de breedte. Vandaar de 2 in m2. voor inhoud heb je er zelfs drie nodig. Het omrekenen van samengestelde eenheden gaat wel anders. Dat moet je dus proberen te begrijpen. Probeer eerst het volgende te begrijpen: 1 dm = 10 cm, dus: 1 dm2 = 100 cm2. Teken eens een vierkant van 1 dm x 1 dm. Hoeveel vierkantjes van 1 cm x 1 cm passen daarin. Als je dit snapt, oefen dan moeilijker omrekeningen. En doe het zelfde met inhoud. Ten slotte komt er dan nog één stap: 1 dm3 = 1 L. Dus: 1 cm3 = 1 mL. Als je dit snapt, weet je al een hoop.
Stap 4 en 5) Hierna volgen nog twee stapen. De eerste is: het omrekenen van seconden, minuten en uren. Dat gaat anders dan andere eenheden. De tweede is het omrekenen van samengestelde eenheden waar twee eenheden door elkaar gedeeld worden (12 km/h = ... m/s, maar ook: 3 g/L = ... g/ml). Maar dat gaat te ver om nu meteen al uit te leggen.

OK. Ik hoop dat je hier wat aan hebt. Als het helemaal niet lukt, stuur me dan een bericht. Dan kan ik misschien op afstand begeleiden. Maar, daarvoor moet je wel veel sommen doen.

Groet. Oscar

Zie leerboek metriek stelsel

os
maandag 10 september 2007

©2004-2014 WisFaq