Algebra

Analyse

Bewijzen

De grafische rekenmachine

Discrete wiskunde

Fundamenten

Meetkunde

Oppervlakte en inhoud

Rekenen

Schoolwiskunde

Statistiek en kansrekenen

Telproblemen

Toegepaste wiskunde

Van alles en nog wat


\require{AMSmath}

Oplossen vergelijking

p1·V1 = p2·V2 toepassen, maar V = Vspuit + Vm levert:
1,0·10-5 x (50·10-6 + Vm) = 1,8·10-5 x (25·10-6 + Vm) dit oplossen levert VM = 6,25.10-6 = 6,3 cm3.

Ik begrijp niet welke stappen je moet volgen om bij die 6,3 te komen om de vergelijking kloppend te maken. Hopelijk kunnen jullie mij helpen!

Amal
Cursist vavo - maandag 15 april 2013

Antwoord

Ik denk dat je vergelijking niet klopt. Als je haakjes wegwrkt staat er links -5Vm en rechts staat er dan ook -5Vm. Dat valt dus precies tegen elkaar weg, zodat je geen Vm overhoudt. Dus misschien moet je nog even kijken of je vergelijking klopt.

WvR
dinsdag 16 april 2013

©2001-2024 WisFaq