Algebra

Analyse

Bewijzen

De grafische rekenmachine

Discrete wiskunde

Fundamenten

Meetkunde

Oppervlakte en inhoud

Rekenen

Schoolwiskunde

Statistiek en kansrekenen

Telproblemen

Toegepaste wiskunde

Van alles en nog wat


\require{AMSmath}

 Dit is een reactie op vraag 42402 

Re: Differentiaalvergelijking

Hai Tom,
Alvast bedankt voor je reactie!
Zover was ik ook gekomen:
y'=Acos(t)-Bsin(t)
Dat levert ingevuld in de DV op:
Acos(t)-Bsin(t)+1000Asin(t)+1000Bcos(t)=sin(t)
Oftewel: cos(t)*(A+1000B)+sin(t)*(1000A-B)=sin(t)
Maar dan? Hoe bepaal ik hier de A en B uit, en hoe kom ik aan de waarde voor c?
Groet, Merel

Merel
Student hbo - dinsdag 20 december 2005

Antwoord

Beste Merel,

Je geraakte zelf tot: cos(t)*(A+1000B)+sin(t)*(1000A-B) = sin(t)

Je kan nu voorwaarden op A en B vinden door beide leden met elkaar te vergelijken en de overeenkomstige coëfficiënten te identificeren. In het rechtlid heb je namelijk geen cosinus, dus de coëfficiënt van cos in het linkerlid moet 0 zijn. Op analoge wijze moet de coëfficiënt van sin in het linkerlid gelijk zijn aan 1. Dat levert twee vergelijkingen, dus een oplosbaar 2x2 stelsel voor A en B.

Als je dat een keer gevonden hebt zit je met een vergelijking waar nog één onbekende constante (c) inzit. Deze blijft erin zitten voor de algemene oplossing van de DV en wordt enkel bepaald als je nog een beginvoorwaarde (of randvoorwaarde) oplegt. Er is hier een beginvoorwaarde gegeven (namelijk y(0) = 0.01). Vul deze in zodat je een vergelijking krijgt waarin alleen c nog onbekend is, zo kan je c bepalen.

mvg,
Tom

td
dinsdag 20 december 2005

©2001-2024 WisFaq