Algebra

Analyse

Bewijzen

De grafische rekenmachine

Discrete wiskunde

Fundamenten

Meetkunde

Oppervlakte en inhoud

Rekenen

Schoolwiskunde

Statistiek en kansrekenen

Telproblemen

Toegepaste wiskunde

Van alles en nog wat


\require{AMSmath}

Ballen en kaarten

Ik heb twee vragen:
  1. We hebben 10 rode, 30 witte, 20 blauwe en 10 oranje ballen in een zak. Hoeveel kans dat:
    1. we een rode of oranje pakken
    2. we geen rode of blauwe pakken
    3. geen blauwe pakken
    4. we een rode of witte of blauwe pakken

  2. Hoeveel kans dat we 3 dezelfde soorten kaarten trekken uit een kaartspel van 52.
    1. met teruglegging
    2. zonder teruglegging
Zou u mij hierbij kunnen helpen?

Scraey
3de graad ASO - maandag 21 april 2003

Antwoord

Hoi,

    1. er zijn 70 ballen in totaal:
      We kunnen 10 keer een rode trekken of 10 keer een oranje
      totale kans is dus 10/70 + 10/70 = 2/7
    2. kans op geen rode of blauwe = kans op wit + oranje
      dus: 30/70 + 10/70 = 4/7
    3. De kans op geen blauwe = kans op rood of oranje of wit
      10/70 + 30/70 + 10/70 = 5/7
    4. d) 10/70 + 30/70 + 20/70 = 6/7

    1. Met teruglegging:
      De eerste kaart is altijd willekeurig dus die kans is gewoon = 1 (veronderstel dat we harten hebben getrokken)
      We leggen de kaart terug: kans op een harten is 13/52 = 1/4
      We leggen de kaart weer terug en de kans om opnieuw een harten te trekken is 1/4
      Dus in totaal: 1·1/4·1/4 = 1/16
    2. Zonder teruglegging:
      De eerste kaart is opnieuw willekeurig
      Dit maal leggen we onze hartenkaart niet terug zodat er nog 12 uit 52 overblijven. Kans op harten is dus 12/51...we leggen onze kaart weer niet terug en er blijven 11 uit 50 over. kans op harten = 11/50
      Totale kans: 1·12/51·11/50 = 22/425

Koen
maandag 21 april 2003

©2001-2024 WisFaq