D. Hoe maak je een goed enqûeteformulier?

Bij het opstellen en maken van een enqûeteformulier moet je steeds rekening houden met het volgende:

Gebruik geen termen en woorden die voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Te abstracte termen kunnen tot veel verwarring leiden. Als je je in een onderwerp verdiept hebt lijken je vragen voor jezelf heel helder, maar dat geldt niet automatisch voor degene die de enqûete in moet vullen. Vermijd te lange zinnen.

Overtreden van deze 'regels' kan van grote invloed zijn op de bereidheid van de respondenten om mee te werken aan het onderzoek (motivatie) of op de manier waarop de respondent de vragen interpreteert (referentiekader).

Motivatie

De respondent kan het enqueteformulier ongeinteresseerd of zelfs geirriteerd terzijde leggen, weigeren het formulier in te vullen, ontwijkende antwoorden geven of zelfs onjuiste informatie leveren omdat hij/zij om een of andere reden niet inziet hoe het invullen ervan enig nut of voordeel oplevert.

Een goede introductie van het onderzoek is dus belangrijk. Deze introductie moet een eerlijke uitleg bevatten van het waarom van het onderzoek en het belang de te onderzoeken situatie. Daarnaast kan het handig zijn om, indien nodig, bij vragen kort de bedoeling van de vraag te vermelden.

Let daarnaast op:

Referentiekader

Ondanks dat een respondent gemotiveerd kan zijn is het wel van belang dat de vragen aansluiten bij het referentiekader van de respondent. De vragen moeten door de respondent niet heel anders geinterpreteerd kunnen worden. Probeer je te verplaatsen in het 'gezichtspunt' van de respondenten. Stel geen suggestieve vragen, vragen die niets met het onderwerp te maken hebben en houd rekening met het feit dat niet iedereen over dezelfde informatie beschikt of al eerder over het onderwerp heeft nagedacht.

Een paar tips:

© 2024 WisFaq.nl