WisFaq!

\require{AMSmath} geprint op maandag 29 april 2024

Buigpunten

Bepaal de intervallen waarop de functie convex is en waarop de functie concaaf is. Y(x)=(lnx)2

Mijn antwoord:
Y’(x)=2(lnx)∙(1/x)
Y”(x)=0∙(lnx)∙(1/x)2 + 2(lnx) ∙(1/x)2

Hoe kan ik deze functie nu gelijk stellen aan 0 om te bepalen waar de functie convex/concaaf is?

Rachelle
13-1-2010

Antwoord

Je gaat bij de tweede afgeleide (twee keer) in de fout:

q61420img1.gif

Als dat dan goed zou gaan zou je zoiets krijgen als:

q61420img2.gif

Dat moet kunnen toch?

WvR
14-1-2010


© 2001-2024 WisFaq
WisFaq - de digitale vraagbaak voor het wiskunde onderwijs - http://www.wisfaq.nl

#61420 - Differentiëren - Student hbo